Internationale FJ klasse
Fokkenschoot
 
De fokkenschoot is eigenlijk maar een eenvoudig lijntje. In onze boot is de schoot slechts 6mm dik. Dit is gedaan om hem bij het overstag gaan zo soepel mogelijk te laten lopen. Daarbij is de constructie zo gemaakt dat de afstand tussen lijoog (blok) en schoothoek klein is om zo min mogelijk rek te hebben.
Bij veel teams wordt hij achteloos in de klem gezet tot de volgende overstag manoeuvre. Dit is ondenkbaar als je weet dat de fokkenschoot essentieel is voor de acceleratie en topsnelheid van de boot. Mijn bemanning weet precies hoe snel en hard zij de schoot moet aanhalen. Desondanks vraag ik haar om, in sommige situaties, de fok toch nog een Ĺ cm aan of losser te zetten. Zo nauw luistert de bediening van de fok. Daarom kan de bemanning ook nooit (bij het overstag gaan) met zijn rug naar de fok zitten.
 
Werking
Door de schoot losser te zetten wordt de fok boller en wordt de opening (spleet) tussen fok en grootzeil ruimer en vice versa. Een (relatief) bolle fok is als een 1e versnelling. Door de ronding kan de stroming meer afgebogen worden, dus wordt er meer stuwkracht, voor maximale acceleratie, opgewekt. Een vlakke en dichte fok is als een ďoverdriveĒ. Samen met het grootzeil wordt dan een drukveld gecreŽerd die de schijnbare luchtstroom ruimer doet inkomen. Dit geeft de mogelijkheid om met maximale snelheid te sturen of zo hoog mogelijk te varen. Door na een overstag de fok geleidelijk aan te halen (niet laten klapperen!) wordt als het ware alle tussen liggende versnellingen gebruikt (Immers, vanuit de hoogste versnelling kan je slecht accelereren). De stuurman trekt dan ook geleidelijk de grootschoot aan en blijft dan gewoon op zijn tell tales, in de fok, sturen. Bij een goede overstag manoeuvre duurt dit traject 2sec.
Het is dus niet zo dat een strak aangehaalde fok garant staat voor hoogte. Hoogte wordt voornamelijk bereikt door het aanhalen van de grootschoot en vooral door geconcentreerd en zuiver sturen van de stuurman.
 
Lijoog
 
In onze boot is het lijoog een barberhaul, dit is eigenlijk niets meer dan een verticaal verstelbaar touwtje met blokje. Hiermee regel je het verschil in de instelhoek tussen boven en onder in de fok. Door gecombineerd gebruik met de schoot kan de fok zo boller gevaren worden dan dat in zijn profiel gesneden zit. De barberhaul trim je als volgt:
Zet de schoot ongeveer goed. Dat wil zeggen dat de fok een mooi strokend profiel heeft met voldoende spanning op het voorlijk. Ga vervolgens te hoog en/ of te laag sturen. Als de fok bovenin eerder kilt dan onderin dan weet je dat de fok bovenin te los staat. De barberhaul moet dan dus strakker zodat er wat meer spanning op het achterlijk komt te staan. Gaat de fok bovenin eerder overtrekken, dat is als de lij tell tale begint te dwarrelen, dan mag de barberhaul losser gezet worden.
Trek de schoot dan zo strak aan dat de tell tale in het achterlijk ca. 15graden uitwaaiert t.o.v. het achterlijk. De tell tale loopt dan ongeveer gelijk met de ronding in het grootzeil. Als je de fok helemaal vlak moet trekken om dit te bereiken, dan mag de barberhaul verder naar binnen worden geplaatst. In mijn boot staat deze op een vaste positie van 94cm uit elkaar (op dek hoogte).
Uiteindelijk mag er niet of nauwelijks terugslag in het grootzeil zijn. Dit betekent dat het grootzeil, voorin, te bol is of misschien de mast te ver naar voren staat (moet zijn tussen 146cm & 150cm vanaf de punt over het dek).
 
Harde wind
 
Bij harde wind gaat deze trim niet helemaal meer op. Als je namelijk moeite krijgt met het opvangen van de vlagen en/ of je voortdurend moet prikken (nooit doen in een FJ), dan moet je de barberhaul wat losser te zetten. Er komt dan meer twist in de fok zodat niet te veel druk opbouw kan plaatsvinden maar ook minder weerstand. De boot wordt dan niet meer zo plat gedrukt en hij springt gemakkelijker aan. Het mag zeker niet zo zijn dat de fok als een ďplankĒ is strak getrokken. De boot moet vlak gevaren worden; niet door te prikken maar door het grootzeil te vieren. Vaar je met een overloop dan moet je de grootschoot aantrekken en je overloop vieren in de vlagen. Bij vang-sheeting moet de neerhouder aan staan om het zeil vlak te houden en kan de grootschoot gevierd worden in een vlag. (een buigende mast maakt het zeil vlakker)
 
Barberhaul verstelling
 
Het zou (in theorie) nog mooier zijn om de barberhaul continue verstelbaar te maken en bedienbaar voor de bemanning in trapeze. Een mogelijkheid daarvoor wordt aangegeven in figuur 1. De fok kan getrimd worden door verstelling in de clamcleat waarbij het knoopje tegen aanslag A gehouden wordt. De bemanning kan dan in vlagen, en bij manoeuvres, het lijntje laten schieten tot aanslag B zodat de fok dus meer twist krijgt en bovenin vlakker wordt.
Een vernuftigere (oude) constructie is aangegeven in figuur 2. Een lijntje is hierbij vastgeknoopt aan de top van de fok (staaldraadoog) en doorgevoerd door de mast. Als de bemanning in vlagen aan dit lijntje trekt dan komt ook nu de fok open te staan. Het voordeel hiervan is dat de lengte van de schoot niet veranderd en de mast zelfs geholpen wordt om te buigen.
 
Dit zijn wat trim aanwijzingen en ideeŽn die je in het komende seizoen kan gebruiken. Heb je vragen of ideeŽn, aarzel dan niet om iemand van de technische commissie om raad te vragen. Ze zijn er namelijk onder andere voor om jou te helpen.
 
Rolf de Jong
NED 961  Mysterie