Internationale FJ klasse
Mast Trim

Een mast is voor een leek alleen om het zeil omhoog te houden, maar voor de wedstrijdzeiler betekent zo’n aluminium paal toch wat meer. Een goede mast, die bij het gewicht van het team en het soort zeil past, is het verschil tussen hard gaan of niet.

 Je kunt aan zo’n mast zoveel vertrimmen dat je als je niet weet wat je doet je er snel de mist mee in kunt gaan. Belangrijke punten zijn de zalingen, wantspanning, mastdrukker en de mast. Deze flitsen gaat over de zalingen en de wantspanning. In de volgende staat meer over de mastdrukker en mast. Ook volgt er dan een compleet trimformulier!

De zalingen

Een mast buigt zoals iedereen weet achterwaarts en zijwaarts. Vanuit het zeil bekeken moet de zijwaartse buiging het liefste nul zijn en dat is erg moeilijk. Zijwaarts kan je de mast in bedwang houden door de zalingen langer of korter te maken. De zaling langer maken kan niet onbeperkt omdat dan door alle krachten, zoals wind, bemanning in de trapeze, etc. de mast ter hoogte van de zaling naar lij kan gaan buigen. Dat is nog slechter want de spleet tussen fok en grootzeil wordt hierdoor een stukje dichtgedrukt.
Achterwaarts is het minder moeilijk. Als je de zalingen met de uiteinden naar voren schroeft, geeft dit een prebend (voorbuiging) naar voren. De druk vergroot je hiermee. Dat zou je kunnen doen als je zwaarder bent. Wanneer je de mast naar achteren laat buigen, verklein je de druk. Dit is een optie voor lichte teams als het harder gaat waaien.

Als je teveel buiging achterwaarts krijgt dan zal een grootzeil dit niet helemaal kunnen volgen. Er komen dan plooien vanuit de mast naar de schoothoek diagonaal door het zeil. Met de zalingen heb je de mast in achterwaartse richting tot ongeveer een halve tot een meter boven de zalingen onder controle. Heb je dus te weinig druk dan schroef je de uiteinden van de zalingen naar voren toe zodat de zalingdiepte kleiner wordt. De zalingdiepte meet je met een zeillat over de uiteinden van de zalingen en dan vanuit het midden van de lat naar de mast.
Bedenk wel dat wanneer je de zalingen naar voren versteld ze dan ook langer worden en de wantspanning toeneemt.

Het is met trimmen altijd zo dat als je iets aan de masttrim, zalingen, mastdrukker, helling of wantspanning verandert echt elk eerder genoemd onderdeel van de trim óók verandert. Dit maakt het zo moeilijk om telkens de juiste trim terug te krijgen. Daarom verander je bij een FJ de masthelling eigenlijk niet of nauwelijks. Zo valt er in ieder geval een onderdeel af. 

Wantspanning

Met de wantspanning regel je verschillende belangrijke onderdelen van de trim. Bijvoorbeeld hoever je voorstag door buigt, hoeveel voorbuiging je de mast geeft en dit natuurlijk in combinatie met de zalingen. Het is wel zo dat bij méér wantspanning de zalingstand steeds belangrijker wordt. Zo is het normaal dat je bij weinig wind met weinig wantspanning vaart en bij veel wind met veel wantspanning. Maar wat is weinig en wat veel?
Wat veel en weinig is hangt buiten het feit hoe je het meet ook af van de boot zelf. Als je een boot hebt die in de zijdelings richting niet zo stijf is dan kun je wel doortrekken aan je fokkeval maar uiteindelijk zal de boot steeds smaller worden. Als je niet precies weet waar de grenzen van je boot liggen, vraag dit dan iemand die daar wel kennis van heeft. De wantspanning kun je meten met een meter die daarvoor gemaakt is.

De spanningen waarmee men zoal vaart, zijn bij weinig wind nogal verschillend. De een vaart bij zwaar weer met dezelfde spanning als bij licht weer: ongeveer 190 Kg. De ander vaart met veel minder spanning: ongeveer 120 Kg. Bij meer wind is het wel duidelijk: vanaf windkracht 4 varen de meeste mensen met 190 Kg ‘begin spanning’. Ik zeg begin spanning omdat dit er tijdens het varen echt niet meer opstaat. Een belangrijke reden hiervoor is dat je mast buigt door je giek-neerhaler en dus de afstand van het aangrijpingspunt naar de wantputting kleiner wordt.

Het verschil tussen mensen die de wantspanning er af halen bij weinig wind en diegene die het niet doen zit hem mijn inziens alleen in het feit of iemand dit goed kan verstellen of niet. Je hoeft nu natuurlijk niet alles van twee kanten verstelbaar te maken want je kunt echt redelijk hard met een simpele inrichting, er zijn tenslotte voldoende voorbeelden.

De eerder genoemde wantspanningsmeter zou je kunnen kopen maar ikzelf vind het een duur ding en vaak wil je alleen even weten waar dat punt nu echt ligt. Vraag dan gewoon aan iemand of hij je even wil helpen.

Mastdrukker

De mastdrukker houdt vooral het onderste deel van de mast onder controle en dit is ook het belangrijkste deel van je mast. Alles wat bij de halshoek van je grootzeil gebeurt, vind je boven in je achterlijk terug (kijk maar naar de cunninghamhole). Een zo hoog mogelijk aangrijpende mastdrukker is dan ook niet verkeerd.
Met de mastdrukker kun je druk vergaren en weghalen. Een strakke mastdrukker houd je achterlijk dicht en houd onder in een bol zeil. Dit wil je graag bij midden weer.

Als je de mastdrukker losser gaat zetten dan gaat je mast onderin buigen en je verliest iets druk. Je zeil wordt dan iets vlakker en -veel vervelender- je bolling verhuist iets naar achteren. Dit laatste kun je compenseren met de cunninghamhole. De rest doe je om met veel wind druk te lozen en zo de boot vlakker te varen. Hoe vlakker de boot met harde wind ligt hoe hoger de snelheid is. Het opvieren van de mastdrukker kent zoals zo veel onderdelen een limiet. Deze limiet geeft het grootzeil zelf aan. Er ontstaan dan forse plooien van halverwege de mast naar het uiteinde van de giek. Je boot kan hier best erg hard mee gaan alleen het zeil vind het niet prettig omdat je het doek in de verkeerde richting belast. Als er lichte plooien ontstaan, kun je deze weer met de cunningham wegtrekken (voor de mooiigheid).  

Bij zeer weinig wind kan het soms voordelig zijn om de mastdrukker los te zetten zodat het achterlijk van het grootzeil wat verder open komt te staan (iets meer twist).

 De mast

 De FJ is een niet al te zwaar getuigd bootje en als je dus al 130 Kg samen weegt en je zet daar een slappere mast op dan zul je niet de optimale voortstuwing hebben. En dan kom je weer bij waar ik begonnen ben. De mast kun je dus tot ongeveer de wantaangrijpingspunten redelijk onder controle houden, maar die top daar zit het hem in. Deze kan best wel wat buigen en dat kan je niet tegen gaan. Daarom is het, als je hard wilt gaan, best belangrijk dat je een mast koopt die bij je gewicht, vaarstijl en bij een FJ en in mindere mate maar toch niet weg te cijferen het zeil past.

Hier onder vind je een tabel met daar in waarden die ooit in Engeland gemeten zijn. Normaal leveren Proctor en Superspars eigen waarden welke niet met elkaar te vergelijken zijn en daarom heeft men dit zelf opnieuw gemeten.

Proctor

Weight
(kg/m)

Stiffness
sideways

Stiffness
fore/aft

MASTS

 

 

 

C

0.95

2

2

D

1.09

6

4

D+

1.12

6

7

KAPPA

0.97

3

3

EPSILON

1.05

6

6

STRATOS

0.99

4

6

E

1.28

5

5

BOOMS

 

 

 

2520

1.03

3

3

2628

1.02

5

5

2633

1.10

8

8

 SUPER SPARS

 

Size

Weight
(kg/m)

Stiffness
sideways

Stiffness
fore/aft

MASTS

       
M1

55x68

0.94

2

2

M2

57x72

1.05

6

5

M3

57x68

1.04

4

4

M4

57.72

1.15

7

6

M5

57.72

1.21

8

7

M6

61x74

1.19

10

9

M7

57x69

0.95

5

5

BOOMS

 

 

 

 

B1

60x72

1.03

6

6

B2

60x82

1.08

8

8

B3

60x67

0.98

4

4

 Het wijst eigenlijk vanzelf, hoe hoger het cijfer wordt hoe stijver de mast of giek.

Tot slot

Als je dan zover bent dat je iets wilt gaan verstellen zet dan eerst je oude trim op papier. Ook al was deze misschien naar je eigen idee niet goed, het moet niet zo zijn dat de trim er slechter uit komt. Ik gebruik daarvoor een trimformulier dat uit de praktijk is ontstaan. Er staan vast dingen op waarvan je zegt wat moet ik daar nu mee, maar het is dus gemaakt voor onze boot en zal dus voor veel FJ’s verschillend kunnen zijn.
Je kunt na dit alles gelezen hebbende denken van nou dat is me teveel werk, maar het blijven proberen en vooral noteren en vergelijken, het kijken naar anderen en er over nadenken is de enige manier om hárder te gaan. En daar doen we het als wedstrijdzeilers toch voor.
 Tot op de wedstrijden!

Bernard Stienstra