Internationale FJ klasse
Onderhoud van de FJ
Na de laatste wedstrijd in het najaar zijn we wel even van het zeilen verlost, maar niet van de boot. Vooral niet als de boot van hout is want dan volgt een periode van schuren en lakken, tenminste als de boot goed is onderhouden. Mocht dit niet zo zijn –zwarte plekken, loszittend beslag, niet gevulde gaatjes van oud beslag enz- dan moet er meer gebeuren; m.a.w. de boot moet worden ‘kaalgehaald’.
 
1.     Kaalhalen
Het beslag eraf, de schroeven, bouten en moeren met afplakband bij het betreffende onderdeel plakken. Dan weet je tenminste dat dezelfde schroef in hetzelfde gat terechtkomt. Doe je dat niet dan is binnen de kortste keren het schroefgat uitgelubberd.
Op een stuk papier aantekenen waar het beslag gezeten heeft; dit heeft het voordeel dat je na het kaalhalen weet welke gaten gepropt kunnen worden.
De romp kan nu ontdaan worden van de oude laklagen. Ikzelf heb goede ervaringen met afbijt. Denk er bij het afkrabben aan dat je altijd in de nerfrichting van het hout krabt. Krassen dwars op de boot zijn er vrijwel nooit meer uit te halen. Bovendien moet je de afbijt het werk laten doen en niet de krabber, de lak gaat er toch niet in één keer af. Lees de gebruiksaanwijzing op de pot vooral om te weten hoe de resten afbijt geneutraliseerd moeten worden; soms is dat water, soms thinner.
Heb je het afbijten achter de rug, laat de boot dan drogen en zorg voor goede ventilatie.
 
2.     Houtproppen
Tijdens dat proces kan je de ingewaterde plekken behandelen (zie verder) en de romp controleren op oude schroefgaten, over het aantal zal je versteld staan. Proppen is wat mij betreft de enige manier om gaten netjes te dichten. Proppen maak je met behulp van een zgn. proppenboor. De lokale gereedschapswinkel kan je verder helpen, ook om ervoor te zorgen dat je de bijpassende houtboor krijgt. Bij mijn boot (destijds NED 1394, red) had ik voldoende aan proppen met een diameter van 8 mm. Oefen eerst voordat je boot het slachtoffer wordt.
 
Proppen kan je maken van hechthout (Bruynzeel!) of een massief stuk hout zolang structuur en kleur maar goed zijn. De dikte van de prop kan zo’n 5 mm. Zijn, het te boren gat is dan 7 mm. diep. Dit is anders indien het gaat om de ‘reparatie’ van een schroefgat, dan moet de prop minstens de dikte hebben welke overeenkomt met de lengte van de schroef die erin gedraaid wordt. Gebruik meerdere proppen als je de dikte niet haalt.
 
De prop zet je vast met contactlijm (watervast en als het kan van een kleur welke na afwerking van de prop het minste opvalt) of met epoxy. Epoxy moet je met ‘hout’-kleurig poeder verdikken tot een papje met de juiste kleur ontstaat. Gebruik je heldere onverdikte epoxy dan zal dat het er als zwart uitzien.
 
Zorg ervoor dat de houtnerf van de prop in dezelfde richting loopt als de nerf van het hout waar je de prop induwt. Bovendien moet je ervoor zorgen dat de prop een zeer weinig boven het omringende hout uitsteekt; zeker als je hechthout hebt gebruikt omdat anders de kans bestaat dat je door de eerste fineerlaag van de prop heen schuurt.
 
3.     Zwarte plekken
Terug naar de ingewaterde plekken. Bij mijn weten is het enige wat helpt ontweringswater. Dit spul breng je aan met een klein kwastje (zo’n “waterverf” kwastje) en afhankelijk van de toestand moet je de plek soms wel 20 keer behandelen met tussenpozen van een paar uur (goed laten ventileren. Let op dat je alleen het zwarte behandelt, om verkleuringen van het niet-aangetaste hout zoveel mogelijk te beperken. Ook de gaten die gestopt gaan worden niet vergeten. Heel belangrijk is ook om na het ontweren goed te spoelen en te laten drogen.
 
4.     Defecte lijmverbindingen
Er kunnen nog meer verrassingen zijn, zoals losgelaten lijmverbindingen tussen spiegel en knie, of tussen romp en dekspant, te hard aangedraaide moeren zodat die vrijwel in het hout zijn verdwenen (zie je vaak bij het roerbeslag), weg gesplinterd hout aan de rand van de zwaardkast.
 
Wat de lijmverbindingen betreft: als je de delen wat uit elkaar kan drukken zodat je de lijm er tussen kan friemelen dan is je probleem opgelost; lukt dat niet dan ben je aangewezen op epoxy waaraan bijvoorbeeld (bruine) microballoons zijn toegevoegd. Met dit mengsel kan je een soort ‘las’ verbinding maken; de ‘lijm’  zit er dan niet tussen maar langs.
 
5.     Beschadigingen
Gaten en deuken van de hard aangedraaide moeren kan je proppen of als de beschadiging te groot is, vullen met “houtrotvuller”. Dit is een epoxy-product dat enigszins bestand is tegen een vochtige ondergrond.
Met hetzelfde middel kan je ook een gerafelde zwaardkastrand strak ‘plamuren’. Het mooiste is natuurlijk om stukjes hout op maat te maken; deze stukjes kan je vastzetten door ze in houtrotvuller te drukken.
Houtrotvuller wordt door verschillende fabrikanten gemaakt en behalve kwaliteit is ook hier de juiste kleur van belang; ga naar je lokale verfhandel.
 
Nadat je alles gepropt, gelijmd, geëpoxied en gehoutrotvuld hebt, mag je met het schuren beginnen.
 
6.     Het schuren
Schuur, met een blokje hout of kurk, eerst de proppen glad en de plekken die je behandeld hebt met houtrotvuller. Let erop dat je geen deuken schuurt!
Het schuren –altijd met de richting van de nerf mee- gebeurt droog.
Probeer het zo egaal mogelijk te doen (overal even diep) omdat anders de kleurverschillen te veel opvallen. Kijk maar eens naar het kleurverschil tussen een oude (gele) boot en een nieuwe (grijsbruine) boot. Het gebruik van vlakschuurders en zeker van bandschuurders raad ik af.
 
Controleer tijdens het schuren of er nog plekken behandeld moeten worden met ontweringswater.
Als je uitgeschuurd bent –laatste laagje met “fijn”- en de boot is inmiddels goed droog dan kan je gaan lakken.
 
7.     Het lakken
Hiervoor zijn twee methoden:
 
1.
Dit kan met goede jachtlak of epoxy. Zorg ervoor dat de boot en de omgeving waarin hij staat schoon is, dat het niet te koud en niet te vochtig is. Lakken doe je met een platte kwast. Lees de gebruiksaanwijzing op de bus in verband met de juiste verdunning voor de eerste paar lagen. In totaal zullen er zo’n 6 tot 8 lagen nodig zijn.
Het beste resultaat krijg je door zo lang mogelijk te wachten met het aanbrengen van een volgende laag (na de vorige laag overigens licht geschuurd te hebben). De lak krijgt dan de kans goed uit te harden. Bijvoorbeeld: na de tweede laag 4 dagen, na de derde en volgende lagen zeven dagen per laag. De genoemde termijnen zijn een indicatie, liever niet korter. Het tussentijds schuren gebeurt ‘droog’. Bij de laatste twee schuurbeurten kan je ook natschuren (korrel 500).
 
2.
Zet binnen 24 uur twee lagen polygrond  (sikkens) op kaal hout. Schuur het daarna vlak en doe er weer twee lagen polygrond op. Weer schuren en aflakken met twee lagen DD lak (de IJssel). Tussen deze twee lagen licht schuren (korrel 180). Gebruik nu DD-lak omdat de polygrond niet UV bestendig is. De laatste aflaklaag is pas helemaal perfect als je niet steeds met te grove korrel schuurt (grove korrel gaat wel lekker snel). Het resultaat is zo'n mooi diepe blanke laklaag. Vooral het stof vrij maken van de boor voor het lakken heeft veel aandacht nodig (compressor met luchtspuit, wel buiten doen vanwege het vele stof). In plaats van Polygrond kan je ook kiezen voor epoxy. Dit is het de IJssel systeem. Doe dan eerst Injectie hars en daarna Impregneerhars. Ook nu weer aflakken met DD-lak voor de glans en UV filtering. Deze aanpak geeft een vrijwel onderhoudsvrije laag maar vergt wel veel meer tijd.
Voor de buitenkant van de romp geldt hetzelfde. Je kan dan blanke lak gebruiken of een mooie kleur.
 
8.     Monteren van het beslag
Tijdens het drogen van de lak kan je het beslag controleren, schoonmaken en eventueel smeren met bijvoorbeeld WD-40. Beslag met kogellagers dient niet gesmeerd te worden. Schroeven, ringen, bouten en moeren die roesten weggooien en vervangen door een betere RVS soort. Probeer schroeven terug te kopen met dezelfde schroefdraad omdat je anders het schroefgat vernielt. Kies bij voorkeur een kruiskop (pozidrive (pz) of philips (ph)) omdat je daar meer grip op hebt van een gewone gleufkop.
 
Het monteren van het beslag is eenvoudig (althans voorzover het stevig zat voor demontage). Je hebt nodig: goed passende schroevendraaiers, een staalboortje (6 mm.), pijpreinigers, lak, polygrond of epoxy al naar gelang je gekozen laksysteem.
Het staalboortje gebruik je om het begin van het schroefgat te openen. Door de laklagen is het gat dichtgeraakt en bovendien heb je kans dat anders de laklaag gaat scheuren. Met het boortje haal je alleen de lak weg; je gaat dus niet dieper dan 1 mm. Dit werk doe je met de hand. De pijpreiniger doop je in de lak en vervolgens in het schroefgat, het beslag wordt op zijn plaats gehouden, aan de schroeven wordt ook wat lak gesmeerd en de zaak wordt vastgezet.
 
Deze proppen techniek kan je ook toepassen op plaatsen war de schroeven zijn ‘dol’ gedraaid. Boor deze gaten dan op en prop deze met (liefst) mahonie en verlijm met epoxy. Na het verlijmen kan je het beslag op dezelfde plaats in de proppen schroeven.
 
Wil je beslag op een nieuwe plek monteren dan eerst met viltstift aantekenen waar de schroefgaten komen en dan met een priem een gaatje prikken. Voorboren van een schroefgat is vrijwel altijd nodig, zeker als er een dikke schroef in moet, bijvoorbeeld bij een fokkeschootklem, overloop of vangsheetingbeslag. Ben je niet zeker van je zaak, oefen dan eerst.
 
Let erop dat schroeven voldoende houvast hebben. Bij montage van beslag op het dek zal je plaatjes moeten maken onderdeks (hechthout) waarin de schroeven gedraaid worden. Ook hier geldt natuurlijk dat er lak of epoxy moet zitten tussen schroef en schroefgat. Wordt er beslag gemonteerd met bout en moer zorg er dan voor dat de ring onder de moer groot genoeg is om niet in het hout getrokken te worden.
 
Bij het roerbeslag dat wordt vastgezet met 4 boutjes kan je overwegen de 4 ringen te vervangen door 2 plaatjes die je zelf kunt maken van aluminium. De moeren dienen zelfborgend te zijn. Eventueel kan je in plaats daarvan borgvloeistof (loctite) gebruiken bij ‘gewone’ moeren. Na montage het draadeinde wat uit de moer steekt afzagen en gladvijlen.
 
9.     Andere zaken
Zijn de trimlijntjes aan vervanging toe, overweeg dan de aanschaf van bijvoorbeeld Spectra (mastdrukker, neerhaler, vangsheeting, overloop etc.). De prijs valt tegenwoordig wel mee. Het voordeel is dat Spectra geen water opneemt (gewicht) en weinig rek vertoont. Bovendien kan je door de grote sterkte met een kleinere diameter (gewicht) volstaan; van 5 – 6 mm. kan je naar 3 – 4 mm. Controleer wel of de klemmen de kleinere diameter ook aankunnen.
 
Sta er ook bij stil dat niet alles gebout of geschroefd hoeft te worden. Blokjes kunnen in bepaalde gevallen ook met een lijntje vastgezet worden; zoals bijvoorbeeld het blokje van de spi-schoot halverwege de romp. Als de dekspant maar stevig genoeg is, kan je daarin een gaatje boren (4 mm.) waar je dan een lijntje (3 mm.) doorheen haalt en het blokje vastknoopt.
 
Bescherm de boot ook tegen beschadigingen welke door het beslag zelf worden veroorzaakt; bijvoorbeeld deuken in de spiegel door het roerbeslag. Een plaatje stevige kunststof vastgezet met aan twee zijden plakkend tape is een oplossing.
 
Wil je beslag op een andere plek monteren of beslag toevoegen ga dan niet onmiddellijk boren en zagen, maar maak eerst een proefopstelling. Het is verrassend te zien dat krachten vaak anders lopen dan je had gedacht. Kijk ook naar andere boten of maak een praatje met iemand van de technische commissie (Rolf de Jong, Lex Cox, Martijn Aarts, red.) daar zijn ze voor en ze vinden het nog leuk ook.
 
Als laatste: hou de conditie van de boot ook tijdens het vaarseizoen in de gaten. Repareer lakschade of loszittend beslag zo snel mogelijk. Zo voorkom je extra werk later en bovendien blijft je boot in een betere conditie.
 
Lex Cox, technisch commissaris
 
 
 
Red: Komt je dit stuk bekend voor? Dat kan kloppen. Lex Cox heeft dit geschreven voor FJ bulletin nr. 1 van 1992. Rolf de Jong en Martijn Aarts hebben enkele nieuwe technieken erin verwerkt.