Internationale FJ klasse
Het wel en wee van giekneerhalers

Inleiding.

De giekneerhaler is een van onze belangrijkste trimfuncties in de boot. Je kunt hier de achterlijkspanning mee regelen maar ook de mastbuiging als het harder gaat waaien. Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen dat de krachten op dit trimatribuut erg groot kunnen worden. Belangrijk is dan ook dat alles wat vast zit tussen mast en giek dan ook sterk genoeg moet zijn. Een beugeltje vastpoppen met twee 4mm nagels is dan ook vragen om moeilijkheden. Eens zal dat beugeltje voorbij komen “zeilen”.

Een giekneerhaler moet tijdens het zeilen vanuit hangpositie versteld kunnen worden met niet al te veel kracht. De vertraging moet dan ook op je eigen krachten zijn afgesteld.

In dit artikel vind je een stukje uitleg over de werking van vertragingen, tips en ideeën over hoe je een neerhaler kunt maken cq samenstellen.

De werking van een vertraging.

Velen van jullie hebben wel eens tijdens natuurkundelessen iets over vertragingen gehad. Even in het kort wanneer je een vertraging maakt en wanneer niet of zelfs een versnelling, zoals bij een spival mogelijk is.

Heel simpel gezegd is het zo dat wanneer je een lijn door een blok voert aan een vast deel, bijvoorbeeld de romp van je boot, dan dient dit blok alleen als geleiding. Je haalt zoals in Fig. 1 je giek wel aan maar je kunt dit net zo goed rechtstreeks van de giek doen. Plaats je nu datzelfde blok aan de giek en knoop je de schoot aan je boot vast dan heb je met evenveel materiaal, alleen wat meer schoot, een vertraging van 1:2 (Fig. 2). Door een lijn door meerdere blokken te rijgen zoals in Fig. 3 krijg je steeds grotere vertragingen. Bepalen hoe groot nu de vertraging is, is vrij simpel. Je trekt een denkbeeldige lijn horizontaal halverwege de twee blokken en telt het aantal lijnen welke je doorsnijdt in dit geval 3 dus 1:3. Zou je in Fig. 3 het bovenste blok onder en onderste boven plaatsen dan heb je te maken met een vertraging van 1:2 en dat heeft dan te maken met het verschil tussen Fig.1 en Fig. 2.

Kijken we nu naar Fig. 4 dan worden hier twee vertragingen van Fig.2 aan elkaar geknoopt. Als je nu het voorgaande handigheidje om de vertraging zou toepassen dan zou je denken dat je daar met een vertraging van 1:3 te maken zou hebben. Niets is minder waar. Door vertragingen in serie te zetten of achterelkaar te hangen mag je de ene vertraging vermenigvuldigen met het voorgaande. Je hebt nu met twee blokjes een vertraging van 1:4 in plaats van 1:3 gemaakt. Dit is wanneer de ruimte het toelaat best interessant vooral voor giekneerhalers of hoofdwanten waar we grote vertragingen willen hebben met zo min mogelijk blokjes. Deze laatste variant zul je later in het verhaal ook terug zien komen.

De  verschillende systemen.

 Er zijn, als je in alle FJ’s kijkt, veel verschillende giekneerhalersystemen. Wat is de beste? Die vraag kun je niet zomaar beantwoorden omdat in sommige gevallen de ruimte  en de plaatsing een belangrijke rol spelen. Wat je wel elke keer moet afvragen of dit de simpelste en de vertraging is die het lichtste loopt als je hem op wilt vieren. Hier verschillen veel vertragingen van elkaar. Heb je een drieschijfsblok in de vertraging zitten dan viert dit moeilijker dan dezelfde vertraging opgebouwd uit enkelschijfs blokjes van Fig. 4. Een richtlijn is er wel voor de vertraging. Deze moet minimaal 1:8 zijn en liever nog 1:12 of 1:16, dit afhankelijk van de krachten van de stuurman.

De eerste en meteen oudste neerhaler is de hefboomspanner Fig. 5. Deze neerhaler is simpel zelf te maken en werkt goed. Als je een hefboomspanner in de winkel koopt dan zul je merken dat deze vaak niet aan je verwachtingen voldoet omdat de spanner simpelweg te klein is. Hierdoor is het verstelbereik te klein. Als je deze neerhaler wilt toepassen weet ik dat Goldspar een goed werkend exemplaar heeft maar hij is heel makkelijk zelf te maken van een aluminium kokertje (20x30). Het voordeel is dat het een goedkope neerhaler is, het nadeel is duidelijk het geringe verstelbereik.

De tweede giekneerhaler (Fig. 6) is wat betreft vertraging, gewicht en werking denk ik de beste. Drie of vier enkelschijfs blokjes, dit afhankelijk van de vertraging die je wilt hebben. Het is in het begin moeilijk om alle lijntjes op de juiste lengte te krijgen maar als dit allemaal op maat is dan heb je een neerhaler die en sterk vertraagd is en soepel cq ligt viert en dat is zoals ik al eerder schreef ook belangrijk. Een nadeel is er ook wel en dat is dat je erg veel lijn in de vertraging hebt zitten.

De derde vaak voorkomende neerhaler (Fig. 7) is neerhaler die soms gemaakt is uit een bestaande neerhaler met twee drieschijfsblokken en die te licht bevonden werd waar men dan een vertraging aan gebonden heeft zo ontstaat een vertraging van 1:14. Het is, als je het materiaal hebt liggen, natuurlijk de goedkoopste oplossing en een snelle aanpassing als je een 1:7 neerhaler hebt.

De vierde en laatste (Fig. 8) is een kruising tussen de twee voorgaande en hiermee probeer je de nadelen van de twee op te heffen door een middenweg te zoeken. Het enige nadeel blijft dan wel dat je een kleine vertraging hebt voor het aantal “schijven” dat je in de neerhaler gebuikt maar dat weegt dan weer niet op tegen het grote verschil in lijnlengte. Het nadeel van deze is wel de kostprijs.

Plaatsing  van de beugels op giek en mast.

De plaats op de giek en mast, en dat vooral de combinatie van beide is erg belangrijk. De bevestiging aan de giek is eigenlijk bepalend voor de kracht die je nodig hebt om de neerhaler aan te halen. Hoe verder naar het uiteinde hoe beter. Je hebt alleen te maken met een bemanning voor in de boot. Wij hebben onze beugel op de giek op 45 cm van de mast zitten. Dit geeft de bemanning veel bewegingsvrijheid en voor de kracht op de neerhaler is dit ook niet verkeerd.

Op de mast moet de beugel zo laag mogelijk zitten. Het liefste aan de mastvoet omdat je dan meer kracht op de giek kan uitoefenen. Kan dit niet in je boot doordat bijvoorbeeld je dek dan voor de wind in de weg zit dan moet je in elk geval er voor zorgen dat de giekneerhaler maximaal een hoek van 45 graden met de mast maakt.

Voor de bevestiging aan de giek kun je de gewone beugels die bij een giek geleverd worden gebruiken, maar wat misschien handig is om te weten: Proctor heeft een speciale beugel in hun programma voor giekneerhalers. Deze zal niet zo snel verbuigen en zit op drie in plaats van twee punten vast gelast.

Voor de bevestiging aan de mast kun je het beste een M-6 U-bout gebruiken die dwars door de mast van achter naar voren loopt. Dit is bijzonder sterk en niets zwaarder dan een goede beugel met popnagels.

De trimlijnen van de neerhaler.

De trimlijnen zijn eigenlijk een ander belangrijk punt. Kies je om de lijn naar een klem in het midden te geleiden dan kies je voor het niet kunnen vertrimmen van de neerhaler aan de wind als je hangt. Dit is denk ik een groot nadeel omdat je als het goed is je neerhaler viert als je voor de wind vaart.

Kies je voor twee klemmen die zo staan opgesteld dat je er van uit hangpositie een lijn in kunt trekken en je geleid de lijnen naar de zijkant van de boot,  dan kies je voor een duurdere oplossing die wel weer veel komfort in de zin van het bedieningsgemak oplevert. Het nadeel hiervan is dat er twee lijnen naar de zijkant van de boot lopen waar je met lichtweer misschien iets last van zou kunnen hebben.

Waar je wel rekening mee dient te houden bij het plaatsen van de klemmen dat zijn de hangbanden. Je kunt namelijk niet de trimlijn in de klem trekken over de hangband heen. Je zult de klem dus zo moeten plaatsen dat deze op de plaats zit waarin het midden van de boot de voorste en achterste hangband bij elkaar komen.

Tot slot.

Je kunt zoals je ziet veel verschillende neerhalers bedenken. Wat ik hierboven geschreven heb is echt maar een klein gedeelte van wat er allemaal mogelijk is. Voor een FJ zijn dit wel zo’n beetje de mogelijkheden. Als je je meer wilt verdiepen in inrichtingen van boten dan zijn daar ooit al eens boeken over geschreven.

De vertragingen kun je natuurlijk voor alles gebruiken, je onderlijk in de giek, je cunningham en zelfs je fokkeval. Het werkt allemaal hetzelfde alleen zal de vertraging die het vereist verschillen per onderwerp.

Bernard Stienstra